
Vrede en vreugde zaaien, Opus Dei 80 jaar
Bij gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van het Opus Dei vraagt de prelaat van het Opus Dei God, om “vrede en vreugde van het evangelie in de zielen te zaaien, opdat ook de structuren van de maatschappij ervan doordrenkt en daarmee menselijker worden.”
01 oktober 2008
Mgr. Javier Echevarría
Paus Benedictus XVI – toen nog kardinaal Joseph Ratzinger – heeft in een homilie bij gelegenheid van de zaligverklaring van de stichter van het Opus Dei gezegd dat «Jozefmaria Escrivá deze roeping niet beschouwde alsof die alleen tot hem gericht was, maar bovenal als een opdracht om aan anderen door te geven: de aanmoediging heilig te worden en een gemeenschap van broeders en zusters voor Christus bij elkaar te brengen.» In het bewustzijn van deze opdracht – zo ging hij verder – «reisde hij onvermoeibaar naar de verschillende continenten om de mensen aan te moedigen heilig te worden, om het avontuur van het christen-zijn op te pakken, wat voor plaats iemand ook inneemt in het leven. Zo werd hij een man van een grote onderneming die de wil van God volgde en anderen aanspoorde hetzelfde te doen.»
Bij het verlenen van de eerste kerkelijke goedkeuringen aan het Opus Dei heeft de Heilige Stoel zich deze woorden eigen gemaakt, zoals in het Decreet van 16 juni 1950 te lezen is: «Altijd en overal brengt de gelovige van het Opus Dei de vrede van Christus met zich mee en de volle en zekere vreugde in de Heer. Hij biedt deze van harte aan alle mensen van goede wil aan, meer nog, hij spant zich in allen met deze vrede en vreugde aan te steken, en hij spoort iedereen aan deze zo zoete gaven van de goddelijke goedheid te accepteren en te genieten».
Benedictus XVI stelt dat voor de gelovige het woord “vrede” een van de mooiste namen van God is, van een Vader die verlangt dat al zijn kinderen elkaar begrijpen. Het zeggen van “vrede zij u” betekent dat God met allen en iedereen moge zijn. En omdat Christus onze vrede is (Ef. 2, 16), uit deze wens zich in de inspanning om andere mensen de persoon van Christus voor te houden en ze te helpen begrijpen dat de persoonlijke omgang met Jezus, de vriendschap met Hem, een onuitsprekelijke vreugde en vrede aan de ziel verschaft: de vrede van God, die de wereld niet kan geven (Joh. 14, 27).
In de overtuiging dat het verspreiden van het evangelie een edelmoedig zaaien van vrede en vreugde met zich meebrengt, stimuleerde hij de mensen Christus te ontmoeten. Hij deed dit met het grootste respect en met eerbiediging van de vrijheid van het geweten. Hij wist hoezeer het welzijn van de mensheid ermee gebaat was, ook omdat de kennis van de leer van Christus en het christelijk leven de menselijke vrijheid vervolmaken en haar ertoe brengen de anderen te dienen.
“De Heer verlangt van zijn kinderen dat ze alle eerzame wegen op aarde gaan en daar het zaad uitstrooien van begrip, van vergeving, van een harmonieuze samenleving, van liefde, van vrede.”
Met haar taak van evangelisatie zaait de Kerk met volle handen de vrede. Meer nog, zij stimuleert de christenen dit te doen, want – zoals de heilige Jozefmaria schrijft – «de Heer verlangt van zijn kinderen dat ze alle eerzame wegen op aarde gaan en daar het zaad uitstrooien van begrip, van vergeving, van een harmonieuze samenleving, van liefde, van vrede» (De Smidse, nr. 373).Anderen in contact brengen met Christus betekent ook vreugde brengen. De vreugde van de kinderen van God wordt niet bepaald door gunstige uiterlijke omstandigheden en heeft evenmin een louter psychologische oorsprong. De mens van geloof kent zoals iedere mens vermoeidheid en ziekte, moeilijkheden en rustige tijden, twijfel en tegenspoed. Maar hij weet zich in alle omstandigheden een heel geliefd kind van God en is zich ervan bewust dat hij op Hem kan steunen en met zijn hulp de vreugde terug kan krijgen, als hij die verloren is.
Ook de ervaring van de eigen geestelijke zwakheid sluit de vreugde niet uit wanneer de ellende in de vreugdevolle ontmoeting met de goddelijke barmhartigheid wordt genezen. De parabel van de verloren zoon die zijn ouderlijk huis verlaat en zich onderworpen ziet aan de ellendigste van iedere slavernij, eindigt in het feest van de hervonden liefde (Luc. 15, 11-32). De heilige Jozefmaria schrijft dat als we een moment van twijfel hebben zeker kunnen zijn van de goddelijke hulp die nooit ontbreekt: «Jezus Christus, God en Mens, begrijpt mij en zorgt voor mij» (De Smidse, nr. 182).
Iedere verjaardag is een gelegenheid om naar de toekomst te kijken. Nu het Opus Dei tachtig jaar bestaat vraag ik God dat dit kleine deel van de Kerk dat de Prelatuur van het Heilig Kruis en Opus Dei is, in de maatschappij de zending blijft vervullen die Hij het in 1928 heeft toevertrouwd: edelmoedig de vrede en vreugde van het evangelie in de zielen zaaien, opdat ook de structuren van de maatschappij ervan doordrenkt en daarmee menselijker worden.
UITGELICHT
HEILIGE JOZEFMARIA
LINKS
08 september 2010

Facebook
Twitter
Delicious