
Acht persoonlijke foto’s … op één na
Ana Belen, een jonge vrouw uit Andalusië, verhaalt door middel van acht foto’s over haar leven en roeping als een numerair-auxiliair.
27 maart 2009
1. Mijn grootste droom
Ik kom uit Cadiz in Spanje. Het is altijd mijn grootste droom geweest om biologe te worden. Vanaf mijn 15de tot mijn 18de jaar bracht ik de zomers door in een zeelaboratorium in mijn woonplaats, Linea de la Concepcion. Op deze foto sta ik samen met een vriendin (zij is degene in het donkerblauw).
Toen ik mijn middelbare school afsloot in 1999, moest ik voor mijn universitaire studie verhuizen naar een andere stad, omdat La Linea geen universiteit heeft.
Op de middelbare school hoorde ik over een studentenhuis in Sevilla, een centrum van het Opus Dei. Ik zou door mee te werken in de huishouding de huur om er te wonen kunnen verdienen. Het leek mij een fantastisch idee en zo leerde ik het Opus Dei kennen.
Een ontdekking
Ik hield veel van het studentenhuis, vooral van de vreugde, goede sfeer en de belangstelling die de inwoners toonden voor anderen.
Naast de zomerhitte van Sevilla, deed ik twee belangrijke ontdekkingen.
Eerst ontdekte ik de betekenis van een christelijk leven, want thuis was ik ver afgedwaald van het geloof en ik deed er nauwelijks iets aan – om eerlijk te zijn, niets. Als kind heb ik mijn eerste Heilige Communie gedaan, maar daarna kwam ik niet meer in de kerk behalve voor een trouwerij of een doop. In het centrum van het Opus Dei werden mijn ogen geopend door het wonder van een gelovig leven en zag ik alles in een nieuw perspectief met een diepere betekenis.
2. Een tweede ontdekking
Deze foto namen we op een uitstapje met studenten van mijn faculteit in Cordoba. Ik weet niet wat mijn klasgenoot in de hand houdt, maar omdat we allemaal biologie studeerden zal het wel een of ander insect of klein beestje zijn geweest.
In die tijd deed ik mijn tweede ontdekking: een professionele. Ik realiseerde mij dat het werken in de huishouding in het studentenhuis, waarmee ik mijn kost en inwoning verdiende, iets was waar ik steeds meer plezier in kreeg.
Deze verandering in mijn professionele interesse is niet zo verrassend als het lijkt – een aantal van mijn klasgenoten (enkele staan ook op de foto) veranderden in de loop van de tijd ook hun professionele plannen.
Maar in mijn geval was het méér dan een verandering van plannen, het was mijn leven en werk in een geheel nieuw perspectief.
3. Een keuze
Laat het mij uitleggen. Ik ontdekte in het centrum van het Opus Dei datgene wat mij echt enthousiasmeerde, namelijk om samen met de huishoudelijke staf te werken aan een familieatmosfeer. Dit was werkelijk zo vanwege een aantal redenen, die te maken hadden met het werk zelf als met de geest van dienstbaarheid waarmee het werd uitgevoerd. Zoals gezegd, had ik op het lab gewerkt en bleef ik van de biologie houden, maar wat mij echt een gevoel van voldoening gaf was dit nieuwe werk en in het bijzonder de geest waarmee we het probeerden uit te voeren.
Op de wijze, beetje bij beetje, terwijl ik groeide in mijn christelijke leven en het Opus Dei beter leerde kennen, begon ik na te denken over een roeping tot het Opus Dei. Deze roeping is voor iedereen gelijk, getrouwd, alleenstaand of als weduwe. Het gaat erom God te zoeken in het dagelijkse leven: tijdens het werk, tijdens de rust, in mijn gezinsleven, in mijn relatie met anderen, tijdens het sporten ...
Iedereen leeft zijn of haar roeping in overeenstemming met de eigen omstandigheden. Sommige mensen trouwen en beleven hun roeping met de echtgenoot en kinderen, anderen zoals ik kiezen het apostolisch celibaat en blijven alleenstaand. Ik ben een numerair-auxiliair en mijn werk bestaat uit het zorg voor de centra van het Opus Dei. Als ik werk, bid ik op een speciale manier voor het apostolisch werk van de anderen die hier wonen. En zoals elke moeder zou doen, probeer ik van het huis een echt thuis te maken, een christelijk thuis.
Dit is een foto van mijn klaslokaal, een typisch klaslokaal voor natuurwetenschappelijk onderwijs.
4. Nog veel meer dan alleen dit
De huishoudelijke zorg voor een centrum, bekend als het ‘werk van de administratie’ in het Opus Dei, bestaat niet alleen maar uit het materiële werk. In een hotel, een kazerne, op een schip, moet iemand koken, schoonmaken en strijken (hoewel, wellicht strijkt niemand kleding op een schip). Maar om een huis te transformeren in een thuis, een familiehuis, vergt meer dan alleen dit. Want alleen als aan iemand op een persoonlijke wijze aandacht wordt besteed, voelt deze zich echt thuis.
In een hotel worden allerlei diensten aangeboden, maar hoe goed deze diensten ook zijn, het zal nooit ‘mijn thuis’ worden. Het verschil zit ‘m in het gegeven dat je thuis weet dat het eten is bereid voor ‘jou’, waarbij rekening gehouden wordt met je leeftijd, gezondheid, je voorkeuren en behoeften. Thuis houdt men van je omwille van wie je bent, niet vanwege de hoeveelheid geld die je verdient. Er zijn geen klanten of inwoners, maar mensen die uniek en onvervangbaar zijn.
5. Waarom deze foto?
Mijn werk in de huishouding vereist een up-to-date vakkennis. Op dit moment volg ik een kookcursus waarin ik ondermeer nieuwe trends leer in de Spaanse keuken, een kookstijl die over de gehele wereld wordt gewaardeerd.
6. Twijfels
Nog wat meer over mijn leven. Toen ik gevraagd werd om een numerair-auxiliair te worden, vroeg ik mij af of ik niet eerst mijn studie biologie zou moeten afmaken, nu ik besloten had om een ander beroep te kiezen. Uiteindelijk, na lang denken, besloot ik om af te studeren, want een universitaire graad helpt iemand met de intellectuele groei en doorzettingsvermogen. Ik veronderstelde dat mijn kennis van de biologie z’n nut zou bewijzen tijdens mijn huishoudelijke werkzaamheden, wat ook het geval bleek te zijn.
Ik specialiseerde mij in ‘food processing’, een studierichting die nauw aansluit bij enkele aspecten van mijn werk in de huishouding. Dit is een foto van de diploma-uitreiking met al mijn klasgenoten op de Universiteit van Cordoba.
Bovendien houd ik veel van de biologie. Ik ga graag naar de bergen in de Sierra de Hornachuelos om planten en wilde bloemen te determineren. Ik heb ook een seminar, die we ‘Natura’ noemen, voor jonge meisjes georganiseerd. Ik probeer hen te helpen om de natuur beter te leren begrijpen en te respecteren, en om hen kennis te laten maken met ecologische vraagstukken.
7. Mijn ouders
Uiteindelijk heb ik mijn ouderlijk huis en ouders verlaten, maar ik heb hen vooral in mijn hart gesloten.
God zij dank zijn mijn ouders, die aanvankelijk mijn nieuwe levenswijze niet begrepen, steeds dichter bij God gekomen.
Beide ontvangen de sacramenten regelmatig en mijn moeder is een medewerkster van het Opus Dei. Het lijkt wel een droom. Als iemand mij dit enkele jaren gelden zou hebben gezegd, zou ik het niet hebben geloofd.
Nou, dit waren mijn foto’s. Ik hoop dat je ervan genoten hebt. Tot ziens!
UITGELICHT
HEILIGE JOZEFMARIA
LINKS
09 september 2010

Facebook
Twitter
Delicious