
Teaching of Teachers: mini-bedrijven Massai-vrouwen Kenia
Ze hebben een kapperszaak, beginnen een zuivelwinkel of verhuren muilezels – het zijn slechts kleine bedrijven. 500 Keniaanse vrouwen hebben zich met succes aan zaken gewaagd die ze vroeger voor onmogelijk hielden. Die stichting Kianda in Nairobi stimuleert deze ontwikkelingen met onder andere steun van de EU.
30 september 2009
Voordat de studentes kwamen, hadden de meeste vrouwen in hun leven nog nooit onderwijs genoten.
Hier zijn de Massai thuis. Binnen dit nomadische herdersvolk lijden met name de vrouwen onder een achterhaalde levensstijl en vele stamrituelen. Volgens etnologen wordt het prestige van de mannen afgemeten aan het aantal runderen en vrouwen. De meisjes worden al op vijftienjarige leeftijd uitgehuwelijkt. Als bruidschat brengen ze wat vee in. Natuurlijk hebben ze op die leeftijd nauwelijks de gelegenheid om een school te bezoeken of een beroepsopleiding gehad.
Dit was de uitgangspositie toen de stichting Kianda in 2003 een initiatief startte. Het heet ‘TOT’ naar de beginletters van ‘Teaching of Teachers’. De basisgedachte is: studentes gaan naar een dorp om daar hun opleiding door te geven aan de locale vrouwen.
Op deze manier hebben zich tot op heden 73 studentes ingezet voor 512 dorpsbewoners tussen 25 en 60 jaar. Enkele deelneemsters zijn ook ouder: weduwes die na de Aids-dood van hun mannen en kinderen er alleen voor staan en op zichzelf zijn aangewezen om het hoofd boven water te houden.
Het directe doel van hun inspanningen is, dat de vrouwen zelf een klein bedrijf kunnen opbouwen. Maar een dergelijk voornemen heeft natuurlijk een ideële motivatie nodig. Het gaat om de integrale ontwikkeling van de vrouw. De stichting Kianda wil, geïnspireerd door de leer van de heilige Jozefmaria Escrivá, met ‘Teaching of Teachers’ deze richting inslaan. Zo zei de stichter van het Opus Dei eens: “De universiteit moet de studenten vormen in een geest van echte dienstbaarheid, dat wil zeggen, dienst aan de maatschappij door het algemeen belang te bevorderen met hun beroepswerk en hun burgerzin. De studenten moeten zich van hun verantwoordelijkheid bewust zijn. Ze dienen een gezonde onrust ten opzichte van de problemen van hun medemensen te hebben en de edelmoedige bereidheid om die problemen aan te pakken en zich voor een zo goed mogelijke oplossing ervan in te zetten.” (Gesprekken met Mgr. Escrivá, nr. 74)
Kennis voor het leven
Tijdens de eerste lessen proberen de jonge studentes enige elementaire kennis en vaardigheden over te brengen, een soort basistraining voor het leven. Het gaat daarbij om hoe en waarom men zich als een Keniaanse burger kan gedragen, dus om maatschappelijke deugden, omgangsvormen en dienstbaarheid en hun diepere beweegredenen. Susan Kinyua: "De kern van ons project is de concrete hulp aan de individuele persoon. Deze plattelandsvrouwen nemen niet alleen kennis van zinvolle zaken als huishouden, voeding, hygiëne, etc. Ze leren ook om op hun persoonlijke verzorging te letten, zelfs op elegantie. Zo wordt hun gevoel van eigenwaarde het belangrijkste dat we versterken, met andere woorden de basis."
Een klein bedrijf als doel
Maria Nyeri achter haar naaimachine.
Drie voorbeelden
Hannah Wakaba uit de regio Ngong is sinds tien jaar weduwe. Ze vertelt: "Als weduwe begon ik zelfmedelijden te krijgen. Stukje bij beetje verloor ik mijn zelfvertrouwen. Ik had het gevoel dat de mensen voortdurend op mij neerkeken. Nu is dat anders. Ik heb een soort club voor weduwen opgericht. We helpen elkaar wederzijds, bespreken samen gemeenschappelijke zorgen en proberen ook iets in de praktijk te brengen van hetgeen we van de studentes hebben gehoord. Ja, nu vind ik het leven weer mooi en mijn kinderen zeggen dat ik ben veranderd."
Anastacia Wanjiru Mungai, kapper.
UITGELICHT
HEILIGE JOZEFMARIA
LINKS
03 september 2010

Facebook
Twitter
Delicious