Pedro: “Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest”

Een 21-jarige student bouwkunde uit het Noorden van Engeland leerde God lief te hebben en vreugde te vinden tijdens de intense pijn van terminale kanker. Father Joseph Evans, de priester van Greygarth Hall in Manchester, vertelt.

Getuigenissen
Opus Dei - Pedro: “Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest” Pedro Ballester met zijn ouders.

In de vroege morgen van zaterdag 13 januari, toen het Salve Regina bij hem werd gebeden, blies de jonge student bouwkunde Pedro Ballester zijn laatste adem uit en ging naar God. Pedro was een numerair lid van het Opus Dei, hij volgde zijn roeping tot een celibatair leven midden in de wereld ten dienste van het apostolaat, om volgens de leer en geest van de heilige Jozefmaria Escrivá Christus tot in de kleinste haarvaten van de samenleving te brengen. Pedro leefde echter niet lang. Na een drie jaar durende strijd, met een bij tijd en wijle intens pijnlijke botkanker, riep de Heer hem op 21-jarige leeftijd tot zich. Tijdens zijn ziekbed klaagde hij nauwelijks en droeg zijn lijden met een groot geduld en geloof.

Pedro Ballester.

Pedro groeide als kind van Spaanse ouders op in het Manchester en Yorkshire en toonde zijn dubbele achtergrond: een Latijns sociaal karakter vermengd met Noordelijke durf. Hij was hartelijk en gastvrij, maar had een hekel aan gedoe en sentimentaliteit. Hij ging tijdens zijn ziekte met geloof en veerkracht “gewoon verder”, hij zag zijn ziekte als een te heiligen realiteit in de geest van het Opus Dei, om God te vinden in de gewone omstandigheden van het leven. Zijn pijnlijke kanker was voor hem gewoon een andere “omstandigheid”.

Toen men in het ziekenhuis niets meer voor hem konden doen, liet Pedro weten “thuis” in Greygarth Hall te willen sterven.

Zijn ouders – getrouwde leden van het Opus Dei uit Manchester – stonden hem tijdens zijn beproevingen bij. Zij respecteerden hierbij altijd de roeping tot het celibaat van Pedro en daarom zijn verlangen om bij zijn broers in de prelatuur in een centrum van het Opus Dei te wonen. Toen de professionele en zorgzame medewerkers van het Christie Hospital uiteindelijk niets meer voor hem konden doen, liet Pedro weten “thuis” in Greygarth Hall te willen sterven, het studentenhuis en jongerencentrum in Manchester waar hij toetrad tot het Opus Dei en waar hij de afgelopen jaren woonde.

Een bezoek aan Schotland met andere jonge leden van het Opus Dei. Pedro, met het rode shirt, kon na protonenbestraling in Duitsland weer enkele maanden genieten van de zomer.

Als slim en toegewijd student verwierf hij een studieplaats aan het Imperial College in Londen. Toen hij in 2014 net aan zijn studie was begonnen, voelde hij pijn in zijn rug. Omdat hij dacht een spierprobleem te hebben, gingen enkele maanden verloren. Toen begin 2015 de diagnose kanker bij hem werd gesteld, was de kanker al niet meer te genezen. Vanaf dat moment begon een dubbele campagne van gebed en om al het mogelijke te proberen, wat op een gegeven moment succes leek te hebben. State-of-the-art protonenbestraling in Duitsland leek de tumor te hebben geëlimineerd. Pedro kon weer zijn studie hervatten. Nu verbleef hij in Manchester, zodat hij dichter bij zijn ouders kon zijn en in een huis van het Opus Dei kon wonen. Maar de pijn kwam terug en daarmee de tumor die met een onverbiddelijke snelheid groeide.

Vaak, meestal als de pijn ondragelijk was – was Pedro’s belangrijkste gebed het opdragen van zijn lijden.

Het leidde voor Pedro tot een nieuw leven, waarin hij afwisselend, in Christie Hospital of Greygarth woonde. Wij, zijn broers in het Opus Dei, deden alles om hem te steunen, in menselijk en geestelijk opzicht, in nauw contact met zijn ouders en zijn beide broers, Carlos en Javier. Hij ontving dagelijks de Communie, die hem meestal door een priester van het Opus Dei werd gebracht. De priesters waren voor Pedro ook beschikbaar voor de biecht of gewoon voor een praatje. We hielpen hem bij het bidden van de rozenkrans en het dagelijkse geestelijke gebed. Vaak, meestal als de pijn ondragelijk was – was Pedro’s belangrijkste gebed het opdragen van zijn lijden.

Pedro in december 2014, enkele dagen voordat bij hem botkanker werd vastgesteld.

We spanden ons in om hem nooit alleen te laten en zo gebeurde het dat er een constante stroom van huisbewoners en studenten Pedro bezochten, of in Greygarth of in het ziekenhuis, samen met vele familievrienden. Zijn broers in het Opus Dei reisden vanuit andere Britse steden, of zelfs vanuit het buitenland, om hem te bezoeken. Zelfs als Pedro erg zwak was, was zijn kamer altijd een middelpunt van leven en activiteiten. Hij hield van gezelschap en sprak wanneer hij maar kon met andere mensen over God. Ik herinner dat een jongen mij vertelde – toen Pedro inmiddels buiten bewustzijn was – dat Pedro hem heeft aangemoedigd vorming in het katholieke geloof te volgen en dat hij dat nu graag wil krijgen, “voor mijzelf en voor Pedro”. De mensen merkten de unieke sfeer op – zowel vreugdevol als spiritueel – van Pedro’s kamer, en velen, waaronder de verpleegkundigen die hem verzorgden, zeiden dat er iets “speciaals” met hem was.

Hij was normaal en zeker niet klerikaal, had geen tijd voor kerkelijke roddels en bleef gefascineerd door de gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Tegelijkertijd hield hij van en bad hij voor priesters. Velen van hen leerden hem kennen en bezochten hem regelmatig. Men sprak over zijn diep “priesterlijke ziel”, een vermogen om de leer van Jezus Christus uit te dragen, samen met de bereidheid het lijden te accepteren voor de verlossing van zielen.

In november 2015 ontmoette Pedro paus Franciscus.

Pedro was een mens als iedereen, met fouten en strijd. Soms maakte het lijden hem somber, in het bijzonder omdat het zo lang duurde. Soms moest hij huilen. Zo af en toe reageerde hij geïrriteerd over iets wat hij als overdreven sentimenteel beschouwde. Maar zijn strijd was authentiek en bijzonder dapper.

“Ben je gelukkig?”, waarop de jongen antwoordde: “Ja, dat ben ik. En jij Pedro? ...”

Hij leefde en stierf als een trouwe numerair van het Opus Dei en hij was ook intens betrokken om anderen te helpen trouw te blijven aan hun roeping. Minder dan een maand voor zijn overlijden, bezocht een groep jonge leden van het Opus Dei hem in het ziekenhuis. Na een samenzijn wilde hij elk van hen persoonlijk spreken. We vernamen van hen dat Pedro elk van hen aanmoedigde om trouw te blijven aan hun roeping. Hij vroeg een van de jongens, “Ben je gelukkig?”, waarop de jongen antwoordde: “Ja, dat ben ik. En jij Pedro?” Pedro antwoordde: - na drie jaren van lijden en wetende dat de dood hem dicht genaderd was – “Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest.”

Pedro stierf in Greygarth zaterdagochtend, omstreeks 01:30 uur, de dag van Onze Lieve Vrouw, hij droeg een scapulier en met een beeltenis van O.L.V. van Guadalupe voor zich. Bij zich waren zijn ouders, Carlos en Javier, zijn broers van het Opus Dei en enkele anderen. Hij blies de laatste adem uit bij de woorden uit het Salve Regina “Daarom dan, onze voorspreekster, sla op ons uw barmhartige ogen.”

Pedro, met zijn ouders, Esperanza en Pedro, en zijn broers, Carlos en Javier.

Na zijn overlijden kwamen veel mensen aan zijn bed bidden. Later op de dag werd zijn lichaam in de kapel van het huis gelegd. Er was een constante stroom van bezoekers die kwamen bidden, te condoleren, om zijn voorhoofd te kussen en in zijn oor te fluisteren, of gewoon om te treuren. Vervolgens ontvingen we een buitengewone hoeveelheid berichten van mensen die vertelden voor hem te bidden, de Mis voor hem hebben laten opdragen, zijn voorspraak inroepen, of hoe zijn leven het hunne heeft geraakt. Iemand zei, en dit vat de gevoelens van zo velen misschien samen: “Ik heb op zijn voorspraak voor iets gebeden. Ik voel dat Pedro meer dan ooit levend is.”

Joseph Evans pr., Greygarth Hall (Manchester).